Het was deze week ruzie in het Oekraïense parlement.
Er werd zelfs gevochten door leden van de regeringspartij en de oppositie. Reden
van dit opstootje was het debat over de marinebasis op de Krim. Deze basis, ook
wel de Zwarte Zeevloot genoemd, huurt Rusland van Oekraïne. Dit contract loopt
in 2017 af, maar de in februari gekozen president Janoekovitsj wil het
verlengen tot 2042. Met deze toenadering tot Rusland wordt de deur richting het
Westen steeds meer gesloten. De Krim is tegenwoordig een autonome provincie van
Oekraïne, maar dit is niet altijd zo geweest. In 1954 deed Sovjetleider
Chroetsjov de Krim cadeau aan Oekraïne, volgens de Russen zonder gegronde
reden. De motivatie was de driehonderdste verjaardag van de vriendschap tussen
Rusland en Oekraïne. Het strategisch en historisch rijke gebied is een bekende
vakantiebestemming voor inwoners van Oost-Europa. Het heeft een mooie
kuststrook aan de Zwarte Zee en staat bekend om zijn heerlijke wijnen.
Voor
Rusland was de Krim in het verleden belangrijk omdat het een handelsroute was
richting Turkije en de Middellandse Zee. Nu huurt Rusland slechts nog de Zwarte
Zeevloot in de havenstad Sebastopol. Maar veel Russen zien het schiereiland nog
altijd als onderdeel van Rusland. Er woont op de Krim ook een grote meerderheid
etnische Russen.
Voormalig president van Oekraïne Joesjtsjenko
weigerde met de Russen in gesprek te gaan over de verlenging van het
huurcontract, maar nog geen half jaar president, en Janoekovitsj gooit de
onderhandelingen open. Spanningen tussen Rusland en Oekraïne zijn er al jaren
op de Krim, waar meer aan de hand is dan de ruzie om de handelsbasis. Een
minderheidsgroep, de Krimtataren zorgen voor grote interetnische problemen op de
Krim. Hier hebben ze een
belangrijke reden voor.
Tussen 1941 en 1948 deporteerde Stalin meer dan
drie miljoen mensen vanuit hun thuisland naar speciale nederzettingen in de
Sovjet-Unie, duizenden kilometers ver weg. Hiervan kwam één op de tien om. Deze
deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog worden wel ‘de grootste verborgen
zaken van massale etnische zuiveringen in de twintigste eeuw’ genoemd. Veel
volkeren die toen zijn gedeporteerd, zijn nu minderheidsgroeperingen in de
nationale staten van de voormalige Sovjet-Unie. Deze groepen lijken alleen met
hulp van de internationale gemeenschap enig vooruitzicht op een betere toekomst
te hebben.
Door: Erik Wallert
In nieuwe Oost-Europese nationale staten die zijn
ontstaan na de val van de Sovjet-Unie, zoals Oekraïne, leven minderheidsgroepen
die dagelijks in aanraking komen met discriminatie en armoede. Een aantal van
deze groepen is slachtoffer geweest van de deportaties, waaronder de Krimtataren,
een Turkssprekende moslimgroep. Deze bevolkingsgroep wil een nieuw bestaan
opbouwen op de Krim.
De Krimtataren werden in 1944 als bevolkingsgroep
van de ene op de andere dag onder erbarmelijke omstandigheden in treinen
gedeporteerd van de Krim naar Siberië en Centraal-Azië. Voor dit volk, dat al
een lange voorgeschiedenis kent op de Krim, is deze gebeurtenis een zwarte
bladzijde in hun geschiedenis. Als argument gold dat het had samengewerkt met
nazi-Duitsland. Maar kun je om deze reden een hele bevolkingsgroep deporteren,
inclusief vrouwen en kinderen? Bewezen is namelijk dat er, net als in andere
landen, samenwerking is geweest met de Duitsers, maar dat er slechts een klein
aantal Krimtataren bij betrokken was. Dit waren veelal Krimtataren die als
gevangene van het Duitse leger tegen de Russen vochten – de meeste Krimtataren
dienden het Sovjetleger. Een ander motief is dat Stalin af wilde van
gewantrouwde moslimvolkeren die hem zouden belemmeren bij zijn mogelijke
plannen Turkije aan te vallen.
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw kregen de
Krimtataren groen licht om terug te keren naar de Krim. De meesten kwamen uit
Oezbekistan. Eenmaal terug troffen zij een moeilijke economische en sociale
situatie aan met een overgrote meerderheid aan Russische inwoners. De Russen voelden
zich na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bedreigd door de onafhankelijkheid
van Oekraïne, maar door de autonome status en de conservatieve regering op de
Krim bleef de provincie Russisch georiënteerd.
Na de terugkeer belandden de Krimtataren in
buitenwijken van de steden, waar ze zelf hun huizen moesten bouwen. Ook hadden ze
geen enkel recht op de eigendommen die hen in 1944 waren afgenomen en werden ze
niet bijgestaan door de Oekraïense regering om te integreren in de samenleving.
Daarnaast duurde het bijna tien jaar voordat de meesten een geldig Oekraïens
paspoort bezaten. Het gevolg hiervan was dat ze geen werk konden krijgen of
onderwijs konden volgen. In het jaar 2000 was zestig procent van de Krimtataren
werkeloos.
De terugkeer van ongeveer 250.000 Krimtataren
zorgde in de jaren negentig voor angst voor een etnisch conflict op de Krim. Er
zijn verschillende voorbeelden bekend waarbij de transitieperiode na de val van
het communisme in combinatie met een diversiteit aan etnische volkeren op een
ramp is uitgelopen. Gewapende conflicten vonden onder andere plaats op de
Balkan, in Tsjetsjenië, in Nagorno Karabach en in 2008 nog in Georgië om de
onafhankelijkheid van de provincies Abchazië en Zuid-Ossetië. Toch bleef het
conflict op de Krim uit.
Doordat de Russisch georiënteerde bevolking in de
meerderheid was, maakten de Krimtataren op voorhand al geen enkele kans. Maar
een andere belangrijke reden dat er geen conflict is uitgebroken, is dat de
Krimtataren een opgeleid en slim volk zijn. De Krimtataarse Mejlis vertegenwoordigt als bestuurlijk orgaan het volk
waarbij het geen gebruikmaakt van gewelddadige middelen, maar de dialoog
aangaat met verschillende partijen op de Krim en de Oekraïense regering.
Krimtataren hebben geen afkeer tegen een bepaald land; ze willen in vrede leven
in hun thuisland met andere volkeren. Hoewel het moslims zijn, hebben ze een
seculiere manier van denken, waarin zowel mannen als vrouwen worden ingezet in
de strijd om erkenning. Dit heeft er ook voor gezorgd dat hun culturele waarden
kunnen voortbestaan.
Toch neemt de
afgelopen jaren het aantal demonstaties van de Krimtataren toe. Elk jaar gaan
ze op hun feestdag, 18 mei (de dag van de deportatie), de straat op om hun stem
te laten gelden. Het hoogste doel is de erkenning van de Mejlis als politiek
orgaan, om vanuit die positie de rechten van de Krimtataren te verwerven. In de
grondwet zouden ze de status van oorspronkelijke bewoners moeten krijgen, zodat
ze zich erkend voelen op de Krim en niet als nationale minderheid worden
betiteld. Maar van deze erkenning wil de Oekraïense regering niets weten. Dit
is de reden dat de Krimtataren ongeveer het enige volk op de Krim is dat
sterke steun geeft aan de toenadering van Oekraïne tot het Westen. Ze denken
dat organisaties als de NAVO en de Europese Unie hun problemen kunnen oplossen
omdat zij mensenrechten hoog op de agenda hebben staan.
Door het
matige optreden van de Oekraïense regering om de belangen van de Krimtataren te
behartigen, kan de kwestie in de toekomst wel problemen opleveren. Zoals de
Krimtataren zijn er veel meer bevolkingsgroepen in Oost-Europa. Deze volkeren
worden als minderheid niet erkend in de samenleving. Vaak doet de nationale
regering te weinig om voor deze groepen op te komen.
Nu de
verkiezingen van afgelopen februari in Oekraïne door de Russisch georiënteerde
president Janoekovitsj zijn gewonnen, is de hoop op westerse toenadering voor
de Krimtataren vervlogen. Er is een taak weggelegd voor de internationale
gemeenschap om de aandacht voor de problemen van de Krimtataren te vergroten,
op te komen voor hun rechten, en een financiële bijdrage te leveren om de
sociaal-economische situatie te verbeteren. Alleen dan is een kans dat er
veranderingen plaatsvinden die aan de behoeften van de Krimtataren voldoen. Met
de pro-Russische koers die Janoekovitsj vaart lijkt toetreden tot de NAVO of de
EU in elk geval nog ver weg.