Volgens Reporters Without Borders is China de grootste gevangenis ter wereld voor journalisten. De gevangenschap van 68 internetgebruikers en 30 journalisten maakt president Hu Jintao de belangrijkste cipier van de persvrijheid. Daarnaast maakt Amnesty International zich zorgen om de toenemende censuur van pers en internet.

In dit tweeluik een blik op de complexiteit van journalistiek in China. Door de ogen van een Chinese journalist, en door de ogen van een correspondent.

“Het meest essentiële werk van een journalist, is de waarheid naar buiten brengen”, begint Wang Heyan. Ze is onderzoeksjournalist voor Caixin; een financieel blad dat de grenzen van het toelaatbare in China geregeld opzoekt. “En dat is meteen mijn grootste gevecht”, vervolgt ze. “De waarheid boven tafel krijgen is in China vaak al een behoorlijke opgave. De daadwerkelijke publicatie ervan is zo nodig nog lastiger. Wanneer ik voor mijn onderzoek gevoelige informatie nodig heb, weet ik dat ik bijzonder voorzichtig te werk moet gaan. Hierbij probeer ik de overheid waar mogelijk met een grote bocht te omzeilen. Wanneer zij lucht krijgen van onderwerpen die voor hen gevoelig liggen, zullen ze er alles aan doen een publicatie te voorkomen. Op welke manier dan ook.”

Lokale autoriteiten kunnen behoorlijk wat last ondervinden van negatieve berichtgeving over het gebied waar zij verantwoordelijk voor zijn. Dat zit hun promotie en positie in de weg. Zij hebben er veel reden toe journalisten op dat vlak tegen te houden. Dit kan middels politie, of knokploegen. “Maar”, vertelt Garrie van Pinxteren, voormalig correspondent in China, “de autoriteiten kunnen journalisten ook afkopen. Een aantal Chinese journalisten maakt hier geregeld gebruik van. Ik hoor in mijn omgeving dat een groter wordend aantal juíst op gevoelig nieuws afgaat, om enkel te dreigen met publicatie en zo lokale overheden af te persen.” Volgens Van Pinxteren, die onlangs een onderzoek naar journalistiek in China begon, is dit een zorgwekkende trend omdat het corrupte journalistiek in de hand werkt.

Binnen de Chinese journalistiek bestaat nog altijd veel overheidsinterventie. Zo adviseert de Propaganda Afdeling van de Communistische Partij alle kranten welke verhalen groot te brengen en welke in de schaduw te laten staan. Het is aan de krant zelf dit advies wel of niet op te volgen. Soms komen ze ermee weg, soms niet. “Maar”, stelt DJ Clark, multimediaverslaggever voor China Daily, “het is een absolute misvatting wanneer men van censuur spreekt. Er is niet zoiets als een overheidcensor die vooraf publicaties goed- dan wel afkeurt. Wel is er sprake van veel zelfcensuur.” De vraag rijst wat zorgwekkender is. Namelijk, als er een censor in het spel is, kun je als journalist schrijven wat je wilt. Het is de taak van de censor om jouw artikel klaar te maken voor publicatie. Het is ook diens beslissing de grens te passeren of binnen de lijntjes te blijven. Het ontbreken van een censor houdt in dat je als journalist zelf meer op je hoede moet zijn, en dat werkt zelfcensuur in de hand.

Toch wordt er een behoorlijk aantal kritische verhalen gepubliceerd binnen China. “Er zijn journalisten die de gevoelige momenten in de Chinese politiek van nu, voorheen en later zo goed aanvoelen dat ze precies weten welke onderwerpen ze op welk moment tóch kunnen behandelen”, vertelt Van Pinxteren. “Deze journalisten zoeken erg de gaten op in het systeem. Slim, maar het heeft wat weg van oorlogsjournalistiek. Je weet nooit wanneer de bom valt. Regelmatig gaan er journalisten de mist in, waardoor journalistiek in China ongrijpbaar blijft,” besluit ze.

En als Chinese journalisten dan de mist in gaan, kunnen ze een aanzienlijk hardere aanpak verwachten dan buitenlandse correspondenten. “Ik denk dat er fysiek sneller wordt ingeslagen op Chinese journalisten dan op buitenlandse, en dat zij sneller in de gevangenis verdwijnen”, zegt Van Pinxteren. Clark is het hier niet mee eens: “Mijn vrouw is een Chinese journalist, en zij is in geen opzicht meer in de problemen dan ik wanneer we in aanraking komen met de politie. Sterker nog, ik denk dat ik er slechter aan toe ben, gezien de autoriteiten het idee hebben dat de buitenlandse journalist toch alleen bezig is met China’s vuile was buiten te hangen.”

Heyan ziet het voor de Chinese journalist minder rooskleuring in. “Ik ken mijn grenzen dondersgoed, weet precies tot waar ik kan gaan. Grenzen overschrijden doe ik niet. Het is het niet waard, voor mij. Regelmatig vraag ik me af of ik het er voor over zou hebben een gevangenisstraf te riskeren om een bepaald verhaal gepubliceerd te zien. Vaker niet dan wel. Voor mij is het menens. Als ik achter slot en grendel belandt, is er geen journalistieke organisatie die zich om mijn lot bekommert”, vertelt ze. “Er zijn zaken die je als Chinese journalist gewoon beter niet kunt aanraken. Buitenlandse journalisten kunnen wat dat betreft veel meer. Zij kunnen provoceren zonder serieus risico te lopen. Ik kan dit niet, en dat steekt me. Een Chinese journalist moet van marmer zijn.”

“Op het moment doe ik onderzoek naar de Gaokao, het jaarlijks terugkerende toelatingsexamen voor hogescholen. Er zou hierbij sprake zijn van veel corruptie. Laatst belde ik hierover met de overheid, die mij doorverwees naar een lokale ambtenaar. Toen ik deze probeerde te bereiken, antwoordde een collega die mij vertelde dat degene die ik wilde spreken zojuist op zakenreis vertrokken was. Naderhand kwam ik erachter dat hij zelfmoord had gepleegd, en nooit een zakenreis gemaakt heeft. De overheid verkoopt veel leugens. Dat frustreert me enorm. Vooral omdat er niets is wat ik ertegen kan doen”, vertelt Heyan.

Voor veel Chinese journalisten betekent de nieuwe media een grote kans toch te publiceren wat zij graag gepubliceerd willen zien. Hoewel the Great Firewall zijn werk goed doet, is de censuur tot op heden te langzaam voor het internet en haar nieuwe media. “De belangrijke rol van nieuwe media is dat je kunt publiceren voordat de censuur er iets over gezegd heeft. Gevoelige informatie zal uiteraard weer snel worden verwijderd, maar toch is het dan vaak al verspreid.”, aldus Van Pinxteren. Ook Heyan heeft hoge verwachtingen van het internet en hoopt dat het een licht zal zijn binnen de Chinese journalistiek .