In de reportageserie Portretten van Barcelona schetst Jarron Kamphorst een beeld van de inwoners van de Catalaanse hoofdstad in al hun diversiteit. Van de bakker op de hoek tot de daklozen in de portieken en van restauranthouders tot straatartiesten. Wie zijn ze? Wat doen ze? En hoe kijken ze aan tegen hun eigen stad die onder invloed van het massatoerisme een metamorfose onderging in de laatste twintig jaar. Het verhaal van de gewone stervelingen die elke dag in Barcelona wakker worden en de stad maken tot wie ze is.

#5: Carrer d’en Robador

“De nacht is nooit alleen, de lantaarns hebben altijd iets te kijken en de balkons altijd iets te luisteren”, zo omschreef de Catalaanse schrijver Joan Llarch de Carrer d’en Robador. Een straatje in de wijk El Raval in de oude binnenstad van Barcelona. Hij deed dat in zijn essay Chinatown uit 1968. Bijna vijftig jaar later lijkt er weinig veranderd.
De smalle straat in het meest zuidelijke gedeelte van het centrum is het territorium van prostituees en drugsdealers. Robador, zoals het straatje doorgaans wordt genoemd, heeft de gentrificatie afslag gemist die de rest van het centrum de afgelopen decennia nam. Wat heet, op nog geen driehonderd meter ligt de Ramblas waar toeristen ternauwernood aan de verdrukkingsdood ontsnappen en een paar blokken noordwaarts ligt het alom geprezen MACBA, het museum voor de moderne kunst. Een hagelwit gebouw met veel glas en skatende jongeren voor de deur. Deze kosmopolitische werkelijkheid is in Robador ver te zoeken.

Een wandeling door de amper tweehonderd meter lange steeg is er een van verbazing. Tussen de muren hangt de geur van de nacht ervoor. Oude urine en alcohollucht mengen zich met de parfum van wasverzachter uit de wasserette. Voor de deur staat een aantal mannen met rastahaar en donkere zonnebrillen die en passant vragen of je “hasj, coke of xtc” wilt. De gebouwen zijn grauw, de zon slaat het steegje over.

Iets verderop leunen dames met borsten als meloenen laconiek tegen de gevel van een woning. Het vluchtig optrekken van de met potlood getekende wenkbrauwen en onverstaanbaar gefluister doen dienst als lokroep. Vanaf een balkon aanschouwt een buurtbewoner op leeftijd het geheel. Hij steunt op een wandelstok. In zijn rechterhand houdt hij een biertje vast. Recht onder hem bestudeert een verdwaalde toerist zijn kaart. De dames van lichte zeden cirkelen als roofdieren om hem heen.

Enkele verdiepingen in de steeg worden door huisjesmelkers ter beschikking gesteld aan de prostituees. Ze betalen voor een bed waar ze hun klanten mee naartoe nemen. “Het is oppassen geblazen wie je mee omhoog neemt”, vertelt één van de dames. Ze heeft extensions in het haar en nepnagels groot als paperclips. “Het uitschot van de nacht komt hier, dat brengt gevaar met zich mee”, ze klinkt stoïcijns, “maar ik moet mijn kinderen te eten geven.”

De Robador kampt al jaren met overlast. Ondanks verzet van buurtbewoners, verandert er weinig. Volgens de barman van Bar El Coyote gebruikt de gemeente het slechte imago van Robador en in bredere zin van Raval om een Chinatown imago te cultiveren in de wijk. “Mensen vinden het mooi om te horen dat dit een ‘slechte’ wijk is. Het afstotelijke heeft iets aantrekkelijks”, vertelt hij. “Ze zijn nieuwsgierig naar hoe het eraan toegaat en willen een kijkje nemen.” De hoeveelheid toeristen in het straatje doet anders vermoeden.

De buurtbewoners proberen de gemeente al geruime tijd tot actie te dwingen. “Sommige bewoners hebben uit protest een Te koop-bord aan de gevel gehangen. Met als ondertekst ‘vanwege onbeschaafdheid’”, vertelt een bewoonster die met zware boodschappentassen zeult. “Wekelijks komen hier ambulances om verslaafden op een brancard te hijsen. Ze slapen in onze portieken, soms laten ze gebruikte naalden achter.”

Een jonge moeder bevestigt de overlast. “’s Nachts schreeuwen mensen en wordt er gevochten. Mijn kinderen worden wakker van gedrogeerde figuren die over straat zwalken en ruzie maken met de hoertjes”. Op hetzelfde moment passeert een oude man. Hij is lijkbleek en trilt als een rietje. Een jongen met baseballpet en gouden kettingen begeleidt hem een van de huizen in. De jonge moeder schudt haar hoofd.

Toch lijkt verandering aanstaande. Ook in Carrer d’en Robador begint de gentrificatie toe te slaan. De louche barretjes met geblindeerde ramen en gokautomaten maken plaats voor galerieën en creatieve broedplaatsen. In plaats van tegen een bar leunen de dames nu tegen de ramen van een expositieruimte aan. De steeg en het aangrenzende Plaça de Salvador Seguí zijn aan een inhaalslag begonnen. Maar zodra de rolluiken aan het eind van de dag naar beneden gaan en de jonge ondernemers huiswaarts keren, ontwaakt de Robador. Als de zon ondergaat en de lantaarns een oranje gloed over de steeg schijnen, is de nacht nooit alleen.