Srebrenica is, na Sarajevo, misschien wel de bekendste stad in Bosnië. Vroeger was dat vanwege de natuur en het nabijgelegen kuuroord. Nu is dat vanwege de bloedige geschiedenis en de genocide die het stadje kende.

Veel huizen in Srebrenica zijn vervallen, kapot geschoten, of volledig uitgebrand. Andere huizen zijn inmiddels helemaal opgeknapt en in mooie kleuren geverfd. Srebrenica ligt in een vallei, het stadje bestaat uit een lange straat met kleine zijweggetjes. Aan weerskanten vind je huizen, kleine flatgebouwen en af en toe wat winkeltjes. Eens per jaar stromen de straten vol met tienduizenden mensen die de genocide komen herdenken.

In het kleine stadje en een paar kleine dorpjes eromheen wonen zo’n 6.500 mensen. Tijdens de oorlog werd Srebrenica door de VN tot ‘veilig gebied’ verklaard. Mensen uit omliggende gebieden vluchtten daarom naar het stadje dat snel overbevolkt raakte. Er was een tekort aan alles: water, voedsel, medicijnen.  Op 11 juli 1995 veroverde de Bosnisch-Servische troepen, onder leiding van generaal Mladić, de stad. In de dagen die volgden vond een genocide plaats. Er werden zo’n 8.000 mannen gedeporteerd en vermoord. “Ik ben al een paar keer naar de herdenking geweest. Dit jaar ga ik niet meer. Het is erg massaal en bovendien is er geen schaduw”, zegt Milos Vučić.

Milos is 25 jaar oud en woont met z’n moeder Bosa in Srebrenica. Ze hebben een redelijk groot huis wat tevens een hostel is. Daarnaast werkt Milos in een telefoonwinkel verderop in het stadje.  Ze zijn Servisch en hebben in 1992, op de 4e verjaardag van Milos, moeten vluchten uit hun toenmalige woonplaats Bugojno. “We hebben daarna zo’n 10 jaar in Bijeljina gewoond, net als veel andere Servische vluchtelingen. We woonden bij een moslimvrouw in huis. We hadden het niet breed daar. Uiteindelijk zijn we naar Srebrenica gegaan. M’n tante woonde hier al, vandaar.”


Verschillende bevolkingsgroepen
De twee bevolkingsgroepen die elkaar tijdens de oorlog bevochten leven nog altijd niet makkelijk samen. Milos: “Het gaat wel steeds beter. Mensen zeggen al goedendag tegen elkaar. Vlak na de oorlog, ik woonde hier toen nog niet, had je wel opstootjes en gedoe, zeker rondom de herdenking op 11 juli.” Hij wijst naar de overkant van de straat waar een rijtje opgeknapte huizen staat. “Daar wonen Serviërs, daarnaast wonen Moslims en daarnaast woont een stel met een gemengd huwelijk. Die waren al getrouwd voor de oorlog uitbrak. Die mensen wonen prima naast elkaar.”

De Vlaamse Thomas heeft sinds zes jaar zijn eigen stichting met muziektherapie in Srebrenica. Op zijn sessies komen kinderen van beide bevolkingsgroepen. “Oudere mensen leven meer gescheiden van elkaar. Met kinderen is het makkelijker praten, zij hebben geen actieve herinnering aan de oorlog. Doorgaans gaan Serviërs bijvoorbeeld het liefst naar een café van een Serviër en Moslims het liefst naar die van een Moslim.” Voor nog geen 7.000 inwoners zijn er aardig wat cafeetjes te vinden in Srebenica. In slechts één ervan komen zowel Moslims als Serviërs. Milos: “Daar wordt gewoon over muziek gepraat, niet over politiek. Het is een van de leukste cafés hier”.

Vroeger was Srebrenica een rijk gebied. Er werden mineralen, zoals zilver, zink, erts en zout gewonnen in de mijnen rondom het stadje. Door de bosrijke omgeving zorgde ook de houtindustrie voor voorspoed in Srebrenica. Daarnaast was er een kuuroord in de bergen, waar veel toeristen op af kwamen. Van al die rijkdom is weinig meer over. De oorlog heeft de industrie verwoest en toerisme blijft uit. “Een paar jaar geleden is de spa heropend, maar hij is inmiddels weer dicht. De mensen bleven weg”, zegt Milos. “Er komen nu alleen nog toeristen rond 11 juli, als de genocide wordt herdacht.” Het stikt op 11 juli van de mensen. Tienduizenden bezochten dit jaar de herdenking en de begrafenis van (de resten van) 409 mensen, die het afgelopen jaar geïdentificeerd zijn.

“Zoveel mensen in een keer, kunnen we eigenlijk helemaal niet aan”, legt Milos uit. De hotels zijn al weken volgeboekt. “De prijzen voor buitenlanders worden flink verhoogd rond deze dag. Wel begrijpelijk hoor, het is zo’n beetje de enige dag in het jaar dat hier geld te verdienen valt. Dat moet je ons niet kwalijk nemen”, verontschuldigt Milos zich, die zelf ook de prijzen van zijn hostel bijna heeft verdubbeld. Naast het hostel van Milos zijn er nog twee andere hotels in Srebrenica. Er slapen door het jaar heen af en toe wat mensen, maar volgeboekt is het nooit. Die hotels zijn lang niet genoeg om alle mensen die op de herdenking af komen te herbergen. “Veel mensen komen maar één dag. Die zien helemaal niets van het stadje, maar alleen de begraafplaats. De mensen die de jaarlijkse mars van Tuzla naar Srebrenica lopen blijven vaak wel overnachten. Zij lopen in drie dagen de omgekeerde route door de bergen en de bossen die veel vluchtelingen in 1995 hebben afgelegd. Ze slapen dan in één van de vele ruïnes die in Srebrenica staan. Milos: “Het is meestal erg warm hier in juli dus dat is nog best prima te doen. Bovendien zijn de deelnemers van die tocht niet in de stemming om te relaxen in een hotel.”  

Werkloosheid
De voorspoed en de toeristische impuls die Srebrenica ooit kende is verloren gegaan in de oorlog. De wederopbouw van het stadje en het terugkrijgen van de vergane glorie wordt niet alleen bemoeilijkt door de roerige geschiedenis tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Ook de slechte economische omstandigheden en verkwisting van hulpgeld helpen niet mee. 

Werkloosheid is een groot probleem voor de inwoners van Srebenica, ongeveer vijftig procent van de mensen zit werkloos thuis. “Er zijn hier erg veel NGO’s, maar hun werknemers blijven hier steeds maar een half jaar. Dat is te kort om de bevolking goed te leren kennen en om echt een verschil hier te maken”, vindt Thomas. Ook Milos is sceptisch over alle hulp. “Het is vast goed bedoeld, maar het werkt niet. Mensen wachten totdat ze geld krijgen in plaats van dat ze zelf hun best doen. Bovendien zijn alle politici hier corrupt. Waar gaat al dat geld heen? Waarom heeft de burgemeester twee grote auto’s? Iedereen hier weet wat de beste baan is die je kunt hebben. Dat is niet directeur zijn, maar bij een hulporganisatie werken. Da’s makkelijk geld verdienen.”

Srebrenica moet door na de verschrikkingen van de oorlog en de genocide van 1995. Het stadje is voorgoed veranderd en niet meer het welvarende gebied wat het ooit was. De inwoners proberen zo goed en zo kwaad als het gaat hun levens op te pakken. Dat gaat langzaam, maar steeds beter. “Srebrenica zal voorlopig nog wel geassocieerd blijven worden met de genocide en niet met de prachtige natuur hier”, concludeert Milos.