Het gaat niet zo goed met de weidevogels in Nederland. Waren de Hollandse graslanderijen ooit een groene glorie van insecten, bloemen en vogels, zijn ze nu leger, kaler en stiller aan het worden. Boeren voelen zich genoodzaakt om binnen steeds kortere tijd steeds meer melk van een hectare grasland te produceren. Een race tegen de klok die stressvol is voor zowel agrariër als weidevogel.

Weidevogels zijn een groep vogelsoorten die broedt tussen het gras en hun eten zoekt in de weilanden of naastgelegen sloten. Nederlandse landerijen zijn een belangrijke plek voor veel van deze vogels: meer dan de helft van de Europese grutto’s en scholeksters broedt in Nederland. Maar er is voor de weidevogels in Nederland steeds minder voedsel en te weinig plek om hun jongen groot te brengen. Zonder ingrijpen zal het aantal kieviten en grutto’s rond 2020 gehalveerd zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De oorzaak van deze trend is het beheer van de landbouwgrond. Er staan te weinig koeien in de weides die ervoor zorgen dat de wormen naar de oppervlakte komen en de vogels goed bij hun eten kunnen. Bloemen en kruiden hebben plaats gemaakt voor eiwitrijke grassoorten. Daarnaast worden graslanden in de lente te vroeg gemaaid waardoor jonge kuikens niet kunnen schuilen tussen het lange gras. Vliegen kunnen ze nog niet en een hongerige roofvogel weet ze dan al snel te vinden.

De Vogelbescherming heeft deze winter de petitie ‘Red de Rijke Weide’ gestart. Het doel van de campagne: 200.000 hectare bloemrijke weide in 2020. Volgens de Vogelbescherming is er dan genoeg ruimte voor enkele duizend boeren om hun koeien te laten grazen op natuurlijke, bloemrijke landbouwgrond en is er genoeg ruimte voor vlinders, bijen en vogels. Door melk te produceren van bloemrijke weides hebben ook Nederlandse kaaseters een voordeel: zij kunnen voorzien worden van natuurlijke melk en gezondere zuivelproducten.

De Vogelbescherming denkt dat dit plan te realiseren is als de boeren rekening houden met de weidevogels door minder te produceren. Zuivelfabrieken en supermarkten moeten de boeren op hun beurt een eerlijke prijs voor de zuivel betalen. Consumenten betalen vervolgens iets meer dan de huidige prijs en de overheid stimuleert de duurzame melkveehouderij door middel van subsidies.

In 2010 is de Nederlandse overheid gestart met de nieuwe Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). De regeling gaat uit van een concentratie van overheidsgeld in kansrijke gebieden en van een beheer dat is aangepast aan de eisen die de weidevogels (en dan met name de kuikens) stellen. Nadeel van de regeling is dat de boeren na een contractduur van zes jaar met weidevogelbeheer kunnen stoppen. De Vogelbescherming pleitte daarom naast de SNL-maatregelen voor een duurzamer concept: de weidevogelboerderijen. Boerderijen die structureel en op lange termijn rekening houden met de weidevogels.

Weidevogelboeren
Nederland kent inmiddels een groep van 81 boeren die een goede balans weten te vinden tussen (melk)productie en de weidevogelbescherming. Deze boeren hebben zelf inventieve manieren ontwikkeld om weidevogels tegemoet te komen. Zo wisselen de landbouwers ervaringen uit, presenteren geslaagde voorbeelden van nieuwe agricultuur en verkennen duurzame financieringsvormen.

Tegen de landelijke trend in gaat het bij de ‘weidevogelboeren’ wel goed met de weidevogels. “Het aantal grutto’s nam het afgelopen jaar met bijna tien procent toe en zelfs zeldzame soorten zoals de watersnip broedden bij een aantal van de boeren”, vertelt Kees de Pater namens de Vogelbescherming. Uit een analyse van het broedsucces van weidevogels bij 48 van de 80 weidevogelboeren blijkt dat het aantal grutto’s op deze bedrijven van 948 broedparen is toegenomen tot 1043. De gemiddelde afname van grutto’s in heel Nederland was over de afgelopen jaren vijf procent. “Deze succesvolle ontwikkeling toont aan dat door goed beheer weidevogels gered kunnen worden.”

Wout Lam is melkveehouder in het Utrechtse Westbroek en is weidevogelboer. “Ik ben opgegroeid op een boerderij, tussen de koeien en ik weet precies waarom ik de weidevogels wil redden”, zegt Lam. “Onze koeien lopen in de wei waar wij het systeem van strip-grazen toepassen. Dat wil zeggen dat de koeien in de ochtend en in de avond een stuk vers gras ter beschikking krijgen en dat is voldoende voor twee keer een halve dag. Fijn voor de koeien, fijn voor de boer. Maar het grote nadeel is dat het stuk gras voor die dag zo intensief belopen wordt door de koeien dat er geen vierkante meter overblijft waarop niet gestampt is. Daar zit je dan als weidevogel”, beschrijft Lam. “Toen ik 16 was hielp ik ook al mee en toen ik zo’n stuk gras had afgezet, ‘spatte’ een tureluur bijna onder m’n voet vandaan van zijn nest. Het was het eerste tureluurnest dat ik ooit zag, ze zijn namelijk zeldzaam. De eieren waren nog warm en ik kon de jonge kuikens horen piepen. De koeien kwamen toen de weide in en ik hield m’n hart vast. Aan het eind van de dag ging ik kijken en vond enkel nog een hoopje snot.”

Zoektocht naar een duurzame oplossing
In de broedseizoenen 2011-2013 is het waterpeil in een aantal sloten verhoogd en vijf meter langs die sloten werd niet bemest. Zo verwachten de weidevogelboeren aantrekkelijke opgroeiplaatsen voor kuikens te realiseren. Ook werd er door enkele boeren geëxperimenteerd met bemestingstechnieken. De Vogelbescherming verkent op haar beurt de mogelijkheden om boeren, die echt kiezen voor de bescherming van de weidevogels, extra inkomen te laten ontvangen. Zo praat de natuurorganisatie met zuivelcoöperaties zoals Friesland Campina. De grootste melkverwerker in Nederland wil in 2020 duurzaam zijn. “De Vogelbescherming wil graag dat de bescherming van de weidevogels deel gaat uitmaken van de duurzaamheidsagenda van Friesland Campina. Met zowel de Vogelbescherming als wellicht andere groene organisaties gaan we proberen om zoveel marktkracht te ontwikkelen dat de melkveehouders en de hele zuivelsector weidevogelvriendelijk worden”, zegt  Kees de Pater.

Ook wordt er onderzocht of er bestaansrecht mogelijk is voor een ‘weidevogelbeleggingsfonds’. “Samen met de ASN-Bank en ROM3D , een onderzoeks-en adviesbureau, willen we verkennen of het mogelijk is om zo’n fonds op te richten om zo de bestaande boerderijen te steunen en misschien zelfs nieuwe te stichten. Aandeelhouders krijgen naast het rendement een directe invloed op een mooi stuk Hollands weidevogellandschap”, legt De Pater uit. “Op de boerderijen zullen activiteiten voor de aandeelhouders worden georganiseerd en via nieuwsbrieven zullen de aandeelhouders op de hoogte worden gehouden van het wel en wee op de boerderijen.”

In vergelijking tot het totale aantal boerenbedrijven dat Nederland volgens het CBS in 2013 telt, namelijk 67 duizend, is het groepje weidevogelboeren nog erg klein.  Omdat de onderhandelingen met fondswervers en grote zuivelcoöperaties nog bezig zijn, lopen de weidevogelboeren op dit moment een deel van hun inkomsten mis. Hoe groot dat deel is willen ze liever niet kwijt. Het gaat ze om het ideaal en vinden dat belangrijker dan het economisch verlies. Murk Nijdam is een ‘collega’ van Wout Lam en tevens melkveehouder in het Friese Wommels. Zijn boerenbedrijf omvat 42 hectare landbouwgrond. Nijdam heeft de afgelopen jaren bijgehouden hoeveel broedende vogelpaartjes er op zijn terrein te vinden waren. “Het is mooi om te zien dat ik in 2012 zo’n 105 gruttopaartjes zag en dit jaar alweer 132. Als we zo door gaan worden we misschien wel dubbel beloond. De komst van een fonds voor ons soort boeren én we redden de weidevogels.”