D-Day blijft hem altijd bij

Ton Herbrink is 95 jaar oud en woont in Waalre. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij pelotonscommandant bij de Prinses Irene Brigade. Na de oorlog vervolgde hij zijn carrière bij defensie. Samen met zijn vrouw kreeg hij drie zoons en twee dochters. John Patrick was het nakomertje.

“Mijn vader is 95 jaar oud. Hij heeft z’n rijbewijs nog, hij zit op internet en hij woont nog steeds zelfstandig in Waalre. Mijn moeder overleed vorig jaar. Hij was vreselijk trots op haar. Zij was zijn oogappel. Als hij nu de keuze zou mogen maken, dan zou hij zeggen ‘doei’ ik ga lekker naar haar toe. Hij is niet bang voor de dood.

Hij is geboren in 1918 in Dalfsen in het oosten van het land, in een groot boerengezin met 14 kinderen. In eerste instantie volgde hij de opleiding tot priester, ook toen de oorlog al begonnen was. Uit veiligheid maakte hij de oversteek naar Engeland. Uiteindelijk, de exacte redenen weet ik niet precies, verliet hij de priesteropleiding en koos in 1940 voor de militaire dienst. Die keuze viel hem zwaar, hij wilde niet afvallig zijn. Maar hij vond niet wat hij zocht. Desondanks heeft hij z’n leven lang kracht weten te putten uit zijn geloof.

Tijdens de bezetting was hij dus in Engeland gelegerd. Vanuit daar werd de bevrijding voorbereid. Hij zal een jaar of 22 zijn geweest. Een vriend nodigde hem uit om mee te gaan naar een gezin, om daar heel simpel koffie te gaan drinken. Dat gebeurde veel in die tijd. Er was gewoon niet zo veel te doen. Maar in dat gezin had je dan ook nog drie leuke dochters rondlopen.

Zijn vriend was verliefd op één van hen. En mijn vader vond de andere dochter leuk, maar zij vond toentertijd weer iemand anders leuk. Gezien zijn achtergrond als priester kan ik mij niet voorstellen dat hij er meteen achteraan is gaan rennen. Toch is er gaandeweg wat gegroeid tussen die twee. Begin juni 1944 wilden ze trouwen, maar het leger liet voorzichtig weten dat dat geen geschikte datum was. Mijn ouders trouwden uiteindelijk vlak na Pasen. Op 6 juni vielen de geallieerden Normandië binnen. D-Day.

Mijn vader heeft erg lang heel moeilijk kunnen praten over de oorlog. We wisten allemaal wel iets, maar hij praatte er nooit écht over. Totdat we 20, 25 jaar geleden met de hele familie naar Normandië zijn gegaan. Zo’n uitje doen we één keer per jaar, rond mijn ouders’ trouwdag. Ze hebben daar een ontzettend mooi, maar verschrikkelijk museum. Toen we naar buiten stapten zag ik hem huilen. Dat heb ik hem niet vaak zien doen. Ook niet op herdenkingsdagen. We hebben daar een film gezien van het moment waarop de soldaten het strand opkomen. ‘Die film’, zei mijn vader. ‘Dat was net echt.’

Ik weet niet of het precies zo was. Maar in mijn beleving is hij vanaf toen gaan praten.

Je kan je nooit helemaal voorstellen hoe het voelt om in een oorlogssituatie te zijn. Hij heeft moeten doden uit zelfbehoud. Dat vond hij verschrikkelijk. Nog steeds. Als pelotonscommandant was hij verantwoordelijk voor een groep soldaten. Hij blijft zich afvragen of hij dingen niet anders had moeten doen. Of hij dingen had kunnen voorkomen. Je kunt het niet terugdraaien, laten we wel wezen. Maar toch. Dat zijn van die dingen, ik denk dat hij daar wel over droomt. En over het geluid. Van de bommen. Ik weet dat er nu nog nachten zijn waarop hij schreeuwend wakker wordt. Dat zal niet overgaan, zegt hij zelf.

Hij heeft het allemaal opgeschreven, zo’n acht jaar geleden. Om zo het verhaal door te geven. Mijn dochtertje van vijf ga ik er nu nog niet over vertellen. Maar als ze over een tijd meer wil weten over haar opa, dan kan dat gewoon. Straks volgt er een generatie voor wie de oorlog nóg verder weg ligt. Terwijl mensen als mijn vader hun leven hebben gegeven zodat wij nu in vrijheid kunnen leven.

Hij heeft ooit een tekst geschreven, in een ‘opa-boekje’, voor mijn dochtertje. Ik vond het zo mooi dat ik het op facebook heb gezet.

‘Vrede en vrijheid maak en beleef je samen. Hoe?
Respect voor elkaar, gun een ander een mening, een eigen godsdienst, een eigen cultuur.
Dat is niet altijd gemakkelijk, maar veel gemakkelijker, veel menselijker, en veel goedkoper dan te moeten vechten voor de vrijheid.’

Dat is mijn vader. Die tekst zegt alles.

Soms betrap ik mijzelf er op dat ik alleen vanuit mijzelf denk. ‘Doe die oogkleppen eens af’, zeg ik dan tegen mijzelf.  Kijk eens om je heen.

Ondanks wat hij heeft meegemaakt, is hij nooit verbitterd geraakt. Juist niet. ’Je moet niet alleen het kwade in mensen zien’, zegt hij. ‘Er zit ook veel goeds.’ Ook dat heeft zoveel met geloof te maken.

Hij is gewoon een heel bijzondere man. Maar ik ben natuurlijk zwaar bevooroordeeld, want het is mijn eigen vader.”

John Herbrink is 45 jaar oud en woont samen met zijn vrouw en dochtertje van vijf in Apeldoorn. Hij is account manager en momenteel werkzoekende.

 

FveV wordt mede mogelijk gemaakt door het Vfonds met middelen uit de BankGiro Loterij. Uw deelname aan deze loterij wordt daarom van harte aanbevolen.