De Sabah treinverhalen

Treinreizen is een ideale manier om een land te verkennen. Natuurlijk bestaan er talloze luxe treintrajecten voor toeristen, maar juist door het reizen met de lokale variant leer je het land en zijn bewoners pas écht kennen. In Sabah (Noord-Borneo, Maleisië) loopt maar één enkel treinspoor. Het leent zich bij uitstek om een beeld te krijgen van de lokale bewoners en de omgeving.

Tenom is een kleine stad gelegen aan de Padas rivier. Rondom strekken de dichtbegroeide bossen van de jungle zich eindeloos uit. Vanaf het kleine station vertrekt een vervallen dieseltrein die pendelt tussen de stations van Tenom en Halogilat. Het zit er al ruim een uur voor vertrek vol met mensen. De trein staat minstens even lang te wachten. Deze telt niet meer dan een groene locomotief en twee gammele wagons.

Bij een kraampje tegenover het station verkoopt een oude vrouw gefrituurde bananen aan reizigers en groepjes schoolkinderen. Het vet glimt in haar opgestoken haar en handen. Bij de balie van het station is het uitgestorven, omdat de stroom is uitgevallen in heel Sabah. Het beroert de mensen nauwelijks, dit gebeurt wel vaker. De trein wordt gereedgemaakt en komt ronkend op gang. Het vertrek wordt aangekondigd met een harde toeter en enkele passagiers springen nog net op tijd door de openstaande deuren de trein in.

Rechts naast het spoor groeit de jungle en in de diepte links stroomt de brede, lichtbruine Padas rivier. De trein sjokt voort met een tempo dat menig mens kruipend bij kan houden, maar rustig is de rit allerminst. Het voertuig schommelt haar passagiers heen en weer. De wielen komen geregeld aan een kant los van de rails om vervolgens met een angstaanjagend geluid weer neer te komen. Op dit soort momenten is het grijpen naar enige stevigheid tevergeefs: zowel deuren als veel zitgelegenheid ontbreken. De reizigers ogen echter uiterst ontspannen en geven zich zonder moeite over aan de rusteloze perikelen van de trein. De een is nog dieper in slaap dan de ander.

De spoorlijn
Het treinspoor is zo'n 134 kilometer lang en loopt van Tenom, gelegen in het deelgebied Interior Division van Sabah naar Tanjung Aru, vlakbij Kota Kinabalu (hoofdstad van Sabah). Het werd aangelegd voor de transport van tabak in 1896, toen Maleisië nog een kolonie van Engeland was, en werd destijds de 'North Borneo Line' genoemd. Tegenwoordig wordt er geen tabak meer over het traject vervoerd, maar wordt het spoor gebruikt door lokale bewoners en toeristen. Er is echter een groot verschil tussen deze twee doelgroepen en de omstandigheden van de treinreis.

De toeristen in Tanjung Aru profiteren van een goede infrastructuur en een snelle, luxe treinreis. Voor de lokale bewoners ruim honderd kilometer verderop is het behelpen. Het reizen met de enkele vervallen treinen die hier rijden is voor hen puur uit noodzaak.

Op een van de weinige bankjes zit Masitah, een oude dame met een sierlijke rode hoofddoek. Tussen haar beperkt aantal tanden gloeit een sigaret. “Ik kom uit Royah en bezoek Tenom alleen voor mijn boodschappen. Voor velen in deze omgeving is het de enige plek waar je fatsoenlijk boodschappen kan doen. Je kunt het je niet veroorloven om ingrediënten te vergeten of de trein terug te missen, want hij gaat maar twee keer per dag.” In Rayoh stapt niet alleen Masitah uit, maar ook twee mannen die grote houten platen hebben gekocht in Tenom. Een van de mannen stapt het spoor op en pakt de platen aan die behendig en snel de trein uitgetild worden. De trein komt weer in beweging en in de deuropening gaan twee jongens zitten. Hun benen bungelen uit de trein boven de rotsen die leiden naar de rivier. Ondertussen begint het langzaam te regenen.

De conducteur
Een van de weinige deuren die de trein rijk is, bevindt zich tussen de twee wagons in. Deze wordt opengehouden door een vuistgrote steen, zodat de conducteur tussen de wagons heen en weer kan lopen. Hij is hier werkzaam sinds 1970. “Een heerlijke baan”, vertelt hij. “Omdat het een kleine trein is, kost het knippen van kaartjes weinig tijd. Op die manier blijft er veel tijd over om te genieten van het prachtige uitzicht." Wanneer hij thuis komt gebruikt hij zijn inmiddels feilloze kennis van deze uitzichten voor iets wat hij nog liever doet: het schilderen van landschappen. “Met name van de bergen en de Padas rivier.” Trots voegt hij hier aan toe dat hij op het station van Tenom een muurschildering heeft mogen maken. “Maar verder schilder ik alleen thuis, voor mijzelf.”

Tussen de 'officiële' stations in stopt de trein ook een aantal keer op ogenschijnlijk willekeurige plekken. Vanuit het hoge gras duiken dan reizigers op die de trein aanhouden, instappen en vanuit de deuropening enthousiast hun familie uitzwaaien. Zo ook in de buurt van Saliwangan, waar vier natgeregende mensen instappen. Ze hebben gelogeerd bij familie, maar komen hier zelf niet vandaan. “Do I look like I come from here?”, vraagt een van de mannen beledigd. Hij blijkt uit Alor Setar te komen, de hoofdstad van deelstaat Kedah. Deze stad ligt in de buurt van de grens met Thailand en West-Maleisië. Na een onverwachte bocht in het spoor vertelt een van zijn vrienden dat het spoor zo nu en dan vervangen wordt. Een redelijke geruststelling wat betreft de veiligheid. Verontrustender is dat het oude spoor vervolgens achteloos beneden in de rivier wordt geworpen.

De trein bereikt Halogilat, wat betekent dat reizigers voor de trein richting Beaufort over dienen te stappen. Een tijdrovende gebeurtenis. Allereerst moeten de wagons losgekoppeld worden van de locomotief om die vervolgens om te kunnen draaien. Zo kan dat treinstel terug naar Tenom en is er plaats voor de trein richting Beaufort. Op het station verschijnen gulzige zwerfhonden die de stilstaande trein inlopen, op zoek naar vergeten boodschappen. Naim Rossli, assistent van de machinist, wijst op een aantal houten plateaus met wielen die verderop naast het spoor liggen. “Omdat de trein hier niet regelmatig rijdt worden deze plateaus door de plaatselijke bewoners gebruikt om mensen en spullen op te kunnen vervoeren over het spoor”, vertelt hij. De huizen hier bevinden zich op palen temidden van het imposante groen van de jungle. “Een prachtige omgeving natuurlijk, maar verharde wegen zijn er in de verste verte niet te vinden. Wanneer je de trein mist of bepaalde boodschappen bent vergeten kun je dus de plateaus pakken en jezelf met houten peddels voortduwen naar een ander dorp. Bij hoge nood worden er hoogzwangere vrouwen op vervoerd in de hoop op tijd bij het ziekenhuis aan te kunnen komen voor de bevalling”. Nu de regen is gestopt is het benauwend heet op het station. De assistent lacht en veegt het zweet van zijn gezicht. Dan loopt hij achter de machinist aan de trein weer in waarna ze beginnen aan de terugweg naar Tenom.

De reizigers
Niet veel later arriveert de trein met eindbestemming Beaufort. Deze is in vergelijking tot de vorige trein iets moderner met meerdere rijen plastic bankjes, ramen en deuren. De meeste mensen in deze trein slapen en houden krampachtig hun shirt voor hun mond om de treindampen niet in te hoeven ademen. Azizul, een enthousiaste docent in het voortgezet onderwijs, is echter nog klaarwakker. In Tenom geeft hij les in geschiedenis en wiskunde aan brugklassers. “Ik ben net begonnen met deze baan, maar ik woon in Beaufort. Vanwege de gebrekkige verbinding ben ik genoodzaakt doordeweeks in Tenom te verblijven en op vrijdag reis ik weer terug naar Beaufort.” Een aantal rijen voor hem zit een koppel: Benjamin en Desiree. Benjamin komt uit Duitsland en Desiree is opgegroeid in Kuala Lumpur. Ze zijn op bezoek geweest bij de familie van Desiree en nu op vakantie in Sabah. “Wij hebben elkaar ontmoet in Hong Kong", vertelt Desiree. “Ik studeer daar politicologie en Benjamin verblijft er in het kader van een uitwisselingsproject." Studeren in Hong Kong heeft haar veel nieuwe levenservaring en zelfstandigheid opgeleverd. “Dat was waarschijnlijk wel anders geweest als ik thuis was blijven wonen. De meeste jongeren in Maleisië wonen bij hun ouders totdat ze getrouwd zijn.”

Na de ruim drie uur durende reis arriveert de trein in Beaufort. Nog eens anderhalf uur later vertrekt er een trein naar Tanjung Aru. Beaufort zelf is een niet bijster inspirerende plek, maar er zijn verschillende restaurants en cafés in de buurt van het station waar je met een hongerige maag terecht kunt. Mocht je onbevreesd zijn en wat langer de tijd hebben, dan kun je in deze stad ook deelnemen aan dagelijkse rafting tours over de woeste Padas rivier.

Buiten is het inmiddels donker geworden en de trein naar Tanjung Aru wordt overladen met hongerige muggen. Het is een betrekkelijk nette trein en hij rijdt minstens drie keer sneller dan de eerste twee. De route loopt langs wat kleine dorpjes, maar verder uitgestorven gebieden. Van achter de ramen is enkel nog wat te zien wanneer een spaarzaam verlicht station gepasseerd wordt. Het is het einde van een bijzondere treinreis. De omgeving en reizigers maken de Maleisische trein tot veel meer dan een transportmiddel. Het is een culturele belevenis op zich.